Het EPC bij gebouwen met een kleine niet-residentiële bestemming in combinatie met een deel industrie

WELK EPC MOET OPGEMAAKT WORDEN?

Aanpassing 2022: Werkwijze

Het is mogelijk dat binnen éénzelfde gebouweenheid delen met verschillende bestemmingen voorkomen.  

Dan wordt de hoofdbestemming bepaald op basis van de bruikbare vloeroppervlakte die elke bestemming inneemt in de eenheid, en dit volgens deze regels: 

  • Als gebouwdelen met de bestemming industrie meer dan 70% van de bruikbare vloeroppervlakte innemen, is de hoofdbestemming van de gebouweenheid industrie. 
  • In alle andere gevallen is de hoofdbestemming gelijk aan de bestemming met de grootste bruikbare vloeroppervlakte (en die geen industrie is). 
  • Is de hoofdbestemming industrie of landbouw, dan kan er geen EPC opgemaakt worden.

Goed om weten

  • Als er geen grootste bruikbare vloeroppervlakte bepaald kan worden en geen redelijke inschatting, is de hoofdbestemming niet-residentieel
  • Is er twijfel bij het bepalen van de hoofdbestemming, dan moet de hoofdbestemming ‘niet-residentieel’ genomen worden.

Bij het bepalen van de bestemming wordt de feitelijke situatie beoordeeld.

  • Bij twijfel over de bestemming wordt naar het laatste gebruik van de eenheid gekeken. Alleen als de bestemming niet uit de feitelijke situatie of voorgaand gebruik kan afgeleid worden, mag uitzonderlijk worden gekeken naar de vergunde bestemming (vb. cascobouw of ruwbouw). Als ook de vergunde situatie niet gekend is, moet gekozen worden voor niet-residentieel.

Raadpleeg de werkwijze en uitgewerkte voorbeelden in

pdf bestandEPC 2022 - Wegwijs in het EPC per gebouw(eenheid) - versie 1-9-2022 (864 kB)

Uitgewerkte voorbeelden
  • Een eenheid bevat een kantoor (bestemming niet-residentieel) en een magazijn (bestemming industrie).
    • Het magazijn beslaat 65% van de bruikbare vloeroppervlakte (BVO). De hoofdbestemming van de eenheid is dus niet-residentieel.
    • AIs de totale BVO (kantoor + magazijn) < of = 500 m², dan moet er  bij verkoop of verhuur van  het gebouw  een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden worden opgemaakt.
    • Is de totale BVO > 500 m², dan moet een EPC voor grote niet-residentiële eenheden opgemaakt worden. Dit EPC is echter nog in ontwikkeling en kan nog niet opgemaakt worden.
  • Een eenheid bevat een winkelruimte met achterliggende drukkerij op het gelijkvloers en appartementen op de bovenliggende verdiepingen.
    • De drukkerij (bestemming industrie) beslaat 35% van de BVO. De winkelruimte (bestemming niet-residentieel) beslaat 25% van de BVO. De appartementen (bestemming residentieel) nemen 40% in van de BVO.
    • Bij verkoop of verhuur van  het gebouw moet er dus een EPC voor bestaande woongebouwen worden opgemaakt voor het hele gebouw.
  • Een gebouw met totale bruikbare vloeroppervlakte van 800 m² wordt verkocht. Dit gebouw bestaat uit een magazijn (600 m²) en een kantoor (200 m²). Het magazijn is deel van het beschermde volume. Aan de buitenkant van het gebouw is een aparte toegang voorzien naar de kantoorruimte. De kantoorruimte beschikt over een toilet. Het kantoor is dus in functioneel opzicht zelfstandig. Om na te gaan welk EPC moet opgemaakt worden gaat u eerst de opdeling in gebouweenheden na.
    • De volgende vaststellingen worden gemaakt:
      • De kantoorruimte voldoet in principe aan de voorwaarden om een aparte eenheid te zijn: ze is functioneel zelfstandig en heeft een eigen afsluitbare toegang.
      • Het magazijn is dienstbaar (ondersteunend) aan het kantoor en is niet functioneel zelfstandig. Het vormt dus sowieso geen aparte eenheid.
    • Gebouwdelen die dienstbaar (ondersteunend) zijn aan andere gebouwdelen zijn niet functioneel zelfstandig en vormen dus geen aparte eenheid. Het kantoor is in principe wel functioneel zelfstandig, maar aangezien het magazijn niet functioneel zelfstandig is en het kantoor ondersteunt, wordt het magazijn bij de eenheid van het kantoor genomen.
    • Hierdoor is de oppervlakte van de gebouweenheid in dit voorbeeld dan groter dan 500 m², waardoor er geen EPC voor kleine niet-residentiële eenheden moet beschikbaar zijn bij het te koop stellen.
EPC-kNR_case-voorbeeld6
  • Stel dat de  oppervlakte van de gebouweenheid niet groter is dan 500 m², dan moet de hoofdbestemming van de eenheid bepaald worden, aangezien de eenheid zowel gebouwdelen met bestemming industrie (magazijn) als gebouwdelen met bestemming niet-residentieel (kantoor) bevat. De energiedeskundige past de hierboven beschreven werkwijze toe en komt tot het besluit dat er een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden moet opgsteld worden.

Goed om weten

Bij de aftoetsing van de voorwaarde van de bruikbare vloeroppervlakte wordt gekeken naar de oppervlakte binnen het beschermde volume. Een magazijn behoort niet altijd tot het beschermde volume.

Published on: 
20-12-2021